Begin van de week. Ik scroll door mijn agenda voor de komende maand om te kijken wat ik kan voorbereiden. En het valt me op: er zit een rode draad in de vraagstukken waar ik op dit moment mee bezig ben. Steeds vaker gaat het over situaties waar de zaken uit de hand lopen, waar het gedoe en de meningsverschillen in hoog tempo oplopen. Lontjes zijn wel héél kort, mensen zijn snel geïrriteerd en trekken - hard - aan de luidste bel die ze kunnen vinden. Niet in gesprek met elkaar, maar vrijwel direct escaleren bij de leidinggevende, vertrouwenspersoon of ombudsvrouw.
Ook buiten werk merk ik het. Je hoeft de krant natuurlijk maar open te slaan. Maar ook dichterbij, op straat, in de supermarkt. Boze blikken naar fatbike-rijders, schoppen tegen een scheef geparkeerde auto, ‘He gek, kun je niet uitkijken?’ tegen een oude man. Felle reacties, snelle oordelen. En inderdaad, vervolgens staan we zelf ook weer klaar met een oordeel dáárover.
Al met al wordt het er niet gezelliger op. Nou wil ik hier geen pleidooi houden voor ‘terug naar de tijd van het touwtje in de brievenbus’, maar toch. Hoe kunnen we het samen weer wat leuker maken?
We proberen het te regelen met afspraken en processen
Onze eerste reactie lijkt telkens weer te zijn om dit soort zaken in de bovenstroom te regelen. Wet- en regelgeving in de maatschappij, procedures en handboeken op het werk. Dat kan nodig en helpend zijn; wanneer er veel onduidelijkheden zijn over een team gaat iedereen naar beste weten zijn eigen invulling geven aan hoe het moet. Als je dat niet met elkaar bespreekt dan krijg je vanzelf wel gedoe. En zonder kaders is het lastig aanspreken of handhaven.
Maar regel op regel stapelen – dat is niet de oplossing.
De theorie in de praktijk brengen
Nou weet je als lezer van onze Breinkorf blogs inmiddels wel dat wij vakidioten zijn. We steken veel tijd in intervisie, met elkaar sparren en vakliteratuur bespreken. En op de een of andere manier kwam deze maand vanuit allerlei invalshoeken ook een rode draad naar voren. Om maar een greep te noemen:
- Transactionele analyse, waar het basis uitgangspunt is ‘ik ok, jij ok’,
- System Centered Training, waar de basismethode is om éérst aan de sluiten bij de ander, voor je een verschil van mening of inzicht inbrengt,
- Kohlrieser, die in zijn boek ‘laat je niet gijzelen’ o.a. pleit om je te richten op het positieve, het doel dat je wilt bereiken,
- En Ben Tiggelaar schreef onlangs over een mooie column over het belang en de werking van dialoog met andersdenkenden.
Zo kan ik nog wel even doorgaan. Maak je geen zorgen, dat zal ik voor de leesbaarheid van deze blog niet doen.
Wat ik wel wil doen: een kernboodschap uit al die bronnen halen. Voor mij is dat:
Ga vanuit nieuwsgierigheid in gesprek.
Zoek naar het positieve, de intentie of behoefte bij die ander. En sta ervoor open dat er bij jezelf dan iets verschuift, en wellicht bij die ander ook.
Eerlijk? Ik begin te geloven dat het bijna niet uitmaakt wáár je het over hebt. Ok, dat is wat overdreven. Maar probeer aan te sluiten, nieuwsgierig te zijn, even wachten met een positie innemen en kijk wat er gebeurt.
Om nou te voorkomen dat het in dit geval net zo is als bij die schilder wiens huis niet netjes is bijgewerkt: zelf ga ik er extra alert op zijn. Doe je mee? Wie weet welke beweging we samen op gang brengen!